woensdag 25 mei 2011

Balkonee

Het klinkt zo vanzelfsprekend; zomers lekker op je balkon zitten zonder door de vloer te zakken. Nou, helaas ben ik dit jaar slachtoffer van een rottende balkonvloer. Toen ik vorig jaar de linkerkant van mijn balkon wilde betreden, begon het wel erg akelig te kraken onder mijn voeten. Met een grote sprong stond ik weer in mijn deuropening. Gekraak? Dat was niet goed. Na enige inspectie bleek er aan de onderkant van mijn balkon een bos te zijn begonnen met groeien. Drie prachtige paddenstoelen perste zich tussen de kieren van mijn balkonvloer vandaan. En niet zomaar paddenstoelen, nee, paddenstoelen voorzien van een lekkere laag schimmel. Great. Daar gingen mijn plannen voor gezellige barbecuefeestjes. Mijn idee van een gezellige barbecue is namelijk niet een mooi vuurtje, een lading sappige burgers gevolgd door een gigantische kraakgeluid en vervolgens met de hele feestcommissie bij de onderbuurman op het balkon liggen. Dus ik pakte de telefoon en belde een aannemer.

Na het zien van de offerte besloot ik dat ik het nog wel een zomer kon volhouden met alleen de rechterhelft van mijn balkon. Ja. Het werd een zomer van pielen met afzetkoordjes en het af en toe hysterisch terugfluiten van een verdwaalde balkongast. Dit jaar is echter de maat vol. Ik wil weer vrij kunnen rondlopen op mijn paar vierkante buitenmeters en er lichtjes op hangen voor ’s avonds verdorie! Nu komt mijn touw met buitenlampionnetjes net tot mijn balkondeur. Dat staat een beetje triest. Of eigenlijk staat dat heel triest. Maar, het herstel van mijn balkon staat officieel op het programma. Ik verzin er maar even een applausje bij. Mijn spaarpot is natuurlijk leeg, maar mijn hoofd zit vol ideeën. Altijd een prettige combinatie. Op televisie zie ik altijd van die gezellige tuinen voorbij komen en dat werkt natuurlijk in op mijn innerlijke huismus. Ik wil ook een gezellige en knusse tuin op vier hoog! Dat moet kunnen toch? Nu alleen nog hopen dat je bij de Gamma een balkon kan inrichten voor maximaal €20 euro. Ik zie het somber in, maar wees gerust! Het gaat er komen, want when there’s a will, there’s a marktplaats.

Tot gauw!

Liefs, Timothea

dinsdag 24 mei 2011

Ai siësta!

Wat is het lekkerste ter wereld? Precies, een middagtukje doen. Heer-lijk. En absoluut niet alleen voor de 50plussers onder ons. Gisteren bijvoorbeeld, was ik gezegend met een authentiek potje middagdutten. Nadat ik het nodige leerwerk had verzet, parkeerde ik mijn derrière op mijn bank. Even een half uurtje mijn ogen sluiten, dacht ik nog. Het was half drie. Ik verdween naar dromenland. In mijn droom kwam weer (waarom toch altijd?) mijn halve oude klas voorbij, die ene vrouw die ik eergisteren had zien lopen en een kruising tussen mijn kat en een hond. Hoe raar dit ook klinkt; in een droom vind je alles normaal. Maar dat hebben we vorig jaar allemaal al honderd keer gehoord in de Hollywood blockbuster Inception. Als ik nou ook af en toe mijn droom kon manipuleren, dan zou ik de helft van de dag slapen. Net zoals een Koala of naja, een Koala slaapt 80% van de dag. Wat een leven is dat ook? Slapen, slapen, slapen, toiletteren, eten en weer slapen. Ook al klinkt het niet echt als een straf, het lijkt me toch iets teveel van het goede.

Trouwens, over plassen gesproken: heb jullie nou ook altijd dat probleem wanneer je heerlijk ligt te slapen en ineens wakker wordt omdat je moet plassen? Zo jammer. Dan lig je heerlijk opgekruld in (op dat moment) het lekkerste bed op aarde en ineens bekruipt je dat bedrukte gevoel. Je bent te moe om op te staan, maar toch kun je niet verder slapen. Na tien minuten worstelen sta je uiteindelijk toch maar op om je blaas te lozen. Eenmaal terug in bed vind je dat heerlijke ligkuiltje nooit meer terug, is je kussen ineens te hard en je dekbed ineens te warm. Zonde. De overige twee uur van je nachtrust probeer je hopeloos een lekkere ligpositie te vinden, als ineens je wekker gaat. De dag kan weer beginnen. Als je zoiets nog nooit hebt meegemaakt ben je of gevaarlijk uitgedroogd of gewoon een enorme geluksvogel. Voor alle andere goed gehydrateerde pechvogels onder ons, I feel you!

Mijn ogen gaan open, ik besef me vaag dat het al donker begint te worden buiten. He?! Maar ik ging toch pas om half drie slapen?! Hoe kan het nou alweer donker zijn? Ik kijk op de klok; ja hoor, half zeven. Shit! Mijn hele middagplanning (gevuld met het schrijven van onder andere deze column) was het raam uitgevlogen. Mijn telefoon telde zes gemiste oproepen. Na eerst mijn gemiste oproepenlijst te hebben afgebeld om te checken of iedereen nog ademt, kon ik eindelijk van mijn bank opstaan om de schade te inventariseren. Vier uur werktijd gemist, dat wordt dus morgen flink overwerken. Maar dat was maar een klein detail. Toen ik opstond van de bank stapte ik namelijk in een plas nattigheid. Na een korte denkpauze begreep ik wat er gebeurd was. Mijn kat had mijn volle beker Dubbel Friss op tafel ontdekt, deze in een zwaai van tafel geveegd en de helft opgedronken. De andere helft had ‘ie poeslief voor mij laten liggen. Fijn he, huisdieren.

Tot morgen!

Liefs, Timothea

maandag 11 april 2011

Pleinvrees

De deuren gaan open. Ik loop met grote passen de Dirk van den Broek in. Pfieuw, uit het zicht van de honderden toeschouwers die zich hebben geparkeerd op een van de vier terrassen aan het Marie Heinekenplein. De strijd begint zodra ik mijn deur uit loop. Zit mijn haar goed? Heb ik niet in vogelpoep gezeten? Hangt mijn broek niet halverwege mijn bilnaad? Schijnt mijn top echt niet door? Zitten mijn schoenen goed vast, zodat ik niet op mijn waffel kan gaan? Als de antwoorden op al deze vragen positief zijn, pak ik mijn fiets. Met opgeheven hoofd, klamme palmen en rode wangen fiets ik richting het plein.

Aan de rand van het circkelvormige Marie Heinekenplein liggen vier grote terrassen. Eigenlijk zes, maar op twee van deze terrassen zit toch nooit iemand. Dus. Het centrum van het plein, wat bestaat uit een circkel van rood asfalt, is het podium van dit openluchttheater. Iedereen die zich op het podium (lees: op het middenplein) bevindt is het slachtoffer van een enge, maar volstrekt menselijke vleeskeuring. Een catwalk zonder applaus, een toneel zonder co-acteurs: kortom een gladiatorenarena zonder zwaard. Je bent machteloos.

Eenmaal op het plein begint mijn hart sneller te kloppen. Ik zet mijn fiets vlak voor de supermarktingang, buk voorover om mijn slot dicht te doen en besef dan pas dat ik een heupbroek aan heb. Shit! Helaas is een stel vrouwelijke studentes mij voor. Als ik achterom kijk zie ik ze giechelen. Snel trek ik mijn broekrand over mijn zondagsondergoed. Fijn, hoor. Eenmaal binnen kan ik me amper focussen op mijn boodschappen. Ze moeten in ieder geval niet te zwaar zijn! Stel je voor: met een rood plofhoofd, klotsoksels (van de zware tassen dan, he) en met een tas van acht kilo! Dat is vragen om ellende. Ik gris mijn dingen uit de schappen, marcheer naar de kassa, reken af en loop naar buiten. Alles gaat goed. Mijn boodschappen blijven in mijn mandje liggen. Ik buk niet voorover, maar zak zijwaarts door mij knieen, mijn haar zit geweldig en mijn fiets gaat in een keer van het slot. Ik stap op mijn fiets en fiets met een brede glimlach het plein af. Overleefd!

Ik fiets over de trambaan richting mijn straat en ineens bekruipt mij een angstig gevoel. Voor mijn ogen zie ik drie van mijn boodschappen in slowmotion uit mijn mandje vallen: eieren, mijn toetje en een pak sap. De tram die inmiddels vlak naast mij gestopt is belt geirriteerd. Alle terrassen kijken naar de bellende tram en het onhandige, met knalrode wangen gedecoreerde meisje. Ik dus. Ik gris mijn boodschappen van de grond, niet denkend aan mijn heupbroek, die ondertussen om half negen hangt en fiets snel weg. Mijn fiets wordt gevolgd door een lange plakkerige sliert eiwit, die is blijven hangen aan mijn stuur. Uit mijn mandje loopt een constante straal appelsap en mijn pudding pruttelt langzaam maar zeker uit zijn bakje over mijn broek. Als ik bij mijn voordeur aankom zitten mijn benedenburen buiten. Ze zien mijn rode hoofd, de eiwitsliert, de pudding op mijn broek en het spoor van sap. Even kijken ze me aan met medelijden en ongeloof, maar dan beginnen ze hard te lachen. Zelf weet ik van ellende ook niet meer wat ik moet doen, dus ik begin ook maar te lachen. Ik krijg een glas wijn in mijn handen gedrukt en word bevolen te gaan zitten. "Weet je wat?" zeg ik. "Wat doe ik ook moeilijk. Dan val ik, dan struikel ik, dan heb ik een vieze vlek op mijn broek. Het is zomer. I dont care anymore!" Met een gevoel van overwinning en goedkeurende klanken van mijn buren ga ik zitten en neem een slok wijn. De zomer is hier and it's good!

Liefs,

Timothea

maandag 21 februari 2011

Griezelige kassamedewerkers


De winter is voorbij, de vrieskou nog niet helemaal. Vanmorgen, fietsend naar school, was ik heel blij dat de zomer eraan komt. Tegelijkertijd voelde ik me ook een beetje triest, omdat dat betekent dat de winter bijna voorbij is. Ik, als winterliefhebber, geniet van elke koude, besneeuwde en dichtgevroren dag. Dus, voortaan als je in de winter zoiets hebt van "dit vindt NIEMAND leuk" - jawel! Ik! Heer-lijk.

En nu zit ik hier dan. In een leeg lokaal, net na een gastcollege van Hanna Bervoets en Jonathan van de Reve. Erg leuk en leerzaam, maar ook confronterend. Wat ligt er voor mij in de toekomst? Ik hoop in ieder geval geen carrière achter de kassa bij Albert Heijn. Dat lijkt me toch wel de grootste domper menselijk mogelijk. Dan zit je daar, de hele dag allemaal barcodes te "bliepen". Geen slecht woord over kassamedewerkers in het algemeen trouwens, want deze mensen werken toch elke dag weer hard.

Laatst was ik in de supermarkt - ik zal geen naam noemen - en ontmoette het meest zorgwekkende wezen ooit. De vrouw, ongeveer 1,50 meter met blonde haarextensies tot haar bilnaad, keek wel zo ongelofelijk chagrijnig dat ik van schrik een stapje achteruit deed. Oogcontact durfde ik niet te maken, bang dat ze het leven uit me zou zuigen. Toen kwam de legendarische zin: "Hé, spaar je punten?" Geschrokken door het feit dat het wezen kon praten, antwoordde ik: "Ehh.. Ja?!", waarop de rolmops antwoordde: "Jammer, want die hebben we niet." Er viel een stilte. Langzaam verscheen er een lach op haar deprimerende, dichtgeplamuurde gezicht. Ik was even in de war. Na even twijfelen begon ik ook te lachen. Mijn lach werd beantwoord met het volgende: "Wat zit je nou te lachen? Vind je dat grappig?" Ik wist het zeker, ik zit in de bananensplit. Maar nee, ze keek me nog altijd serieus aan, nu gevolgd door de blikken van de rest van de rij aan de kassa. "Nou nee, maar u lachte en ik wilde niet onbeleefd zijn", antwoordde ik. Ineens schaterde ze het uit. "Acchhh lieverd! Ik zit je maar te stangen hoor! Jeetje wat ben jij makkelijk te pakken!" buldert het wezen uit. Helemaal gedesoriënteerd, verbaasd en met rode konen beende ik de supermarkt uit. Thuis heb ik de gebeurtenis nog tien keer opnieuw beleefd en elke keer snapte ik er minder van. Sommige mensen zijn zo raar! Ik weet zeker dat haar intensies slecht waren, maar ze werden onhandig omgetoverd naar goede intenties, toen ze doorhad dat ik echt geen naar yupje was. De rest van de rij aan de kassa was het met mij eens, want niemand verroerde een vin. Wel keken ze me stuk voor stuk, gedurende het hele dialoog (over irritant gesproken), verwachtingsvol aan.

Nu de winter over is, hoop ik dat alle mensen weer blij en vrolijk worden en lekker gaan genieten van de zon. Ik heb er zin in! Ik ben in ieder geval opgelucht dat het nu over is met de chagrijnige fietsers, de bange automobilisten en de, daardoor, talloze onnodige files. Hup zomer! Kom maar door!

Liefs,

Timothea

zondag 19 september 2010

Because we love you



Hallo Nederland,

Nu de zomer voorbij is vraag ik mij toch af hoe het nou moet zijn om Nederland te zijn. Het is er koud als het warm moet zijn, nat als het droog moet zijn en stormachtig als het windstil moet zijn. De seizoenen lijken maling te hebben aan de indeling van het jaar en zelfs de mooie nazomer wordt overgeslagen. En dan heb je ook nog eens te kampen met Geert Wilders, die nog altijd geen goede kapper heeft gevonden en ook nog altijd blijft raaskallen over hoe waanzinnig stom alles is en daarbij vergeet dat hij de stomste is van allemaal. Begrijp me niet verkeerd Nederland, ik ben gek op je, maar wij staan nou niet echt bekend om messcherpe politici. Hebben we eerst het land van kabouterplop (lees: Kabinet Balkenende) overleefd, krijgen we nu het andere uiterste: Geert Wilders. Het moet niet makkelijk zijn om altijd maar negatief gekwek te lezen over jezelf in al die kranten. Een positief punt is wel, dat wij daardoor wereldwijd bekend zijn. Mocht de politiek ooit niet meer afdoende zijn hebben we altijd nog wiet, hash en pillen. Toch? Daarbij wilde ik je even bedanken voor het opmerken dat onze dijken broodnodig aan vernieuwing toe zijn. Ik heb gehoord dat ze een heel waddengebied gaan aanleggen langs de deltawerken?! Klinkt erg duur... Maar de vogeltjes zullen er in ieder geval blij mee zijn, al weet ik niet of een Tsunami zo'n waddengebied uberhaupt opvalt, maar goed. Dat is Den Haag.

Ook was het een veelbewogen jaar in de landen om je heen. Had Frankrijk al bonje met de EU over het verbod op hoofddoekjes, niet veel later moest Duitsland toch bekennen dat ze wel erg veel vieze mannetjes met kelders huisvestte. Ook kon Belgie er niet langer omheen; bij Nederland horen is toch echt veeeel cooler dan alleen simpel Belgie blijven. Zonder dat wij het door hadden - of tenminste zonder dat men DACHT dat wij het doorhadden - gingen alle talentenjachten van Nederlands Next naar Benelux' Next. Of de naam van de talentenjacht bleef het zelfde, maar we kregen er gratis een Belgische presentatrice en een horde vals zingende vlamingen bij. Subtiel.

In ieder geval is een ding duidelijk. Hoe dan ook, Nederland, je weet altijd de aandacht op je te vestigen, je bent veilig en oorlogvrij, hebt een kabinet overleefd die niet naar het volk luisterde, hebt de mooiste hoofdstad ter wereld (bevooroordeeld maar niet minder waar!), hebt een geweldige Koningin, bent een van de grootste meebetalers aan de EU (waarom blijft mij een raadsel, dat is ook het mooie eraan) en hebt wietplanten in overvloed. Ik zou zeggen; laten we van dat laatste wat meer profiteren, misschien is dan een Harry Potter als Minister President ineens zo gek nog niet. Dan laten we Beatrix gehuld in een roze tutu alle staatsbezoeken afgaan, gewoon, omdat het kan, overtuigen we Geert ervan dat oranje toch echt zijn kleur is en maken we het volkslied 13 refreinen korter. Ik zeg: AMEN!

Till next time.

Liefs,

Timothea

donderdag 1 juli 2010

Zomer in je bol


De zomer is begonnen.. Eindelijk! Ik zat al het hele jaar te wachten op de klotsende oksels in de tram, de dampende dames in de verkleedhokjes en de winkels zonder airco. Nederland is mooi! Zelf heb ik voorgesteld om in plaats van het nieuws in de trams te laten zien, die schermpjes te gebruiken voor tips voor hygiene bij temperaturen boven de 23 graden. Dat lijkt mij een stuk betere besteding. Conducteuren blij, trambestuurders blij en wij blij! Want eerlijk is eerlijk, ik geloof niet dat dames en heren zelf niet ruiken dat zij degene zijn die stinken. Misschien is het ook een idee om dit soort taferelen te gebruiken voor programma's op RTL? Denk: Oksel zoekt deo, Trauma in de tram? Dat levert vast hilarische televisiemomenten op met een undercover cameraploeg in samenwerking met acteurs. En dan afwachten wat mensen in het OV gaan doen. Ik zit voor de buis. Het lijkt mij overigens ook geen slecht idee om het klotsende oksel probleem in het algemeen eens aan te kaarten in SIRE, de o zo bekende reclames voor de asociaalheid van de Nederlanders (wat ik overigens erg vind meevallen hallo!). Zo lekker prime time tussen NL - Brazilie eerste en tweede helft.
Over voetbal gesproken; dat is een gekte die echt erg gezellig is. De meest stijve vastgegroeide kerels dossen zich uit in oranje met vlaggetjes en al en staan keihard mee te krijsen met de boekhouder en de bakker van twee blokken verderop. Het hele land wordt een soort dorp. Op straat schreeuwt iedereen naar elkaar en iedereen lijkt iedereen ineens te kennen. "Heeeeee! Jij bent de vriendin van de tandarts van mijn zus in Den Haag! Leuke oranje strik joh!" Heer-lijk. Dus morgen, om klokslag 16:00 uur houd ik en de rest van Nederland twee keer 45 minuten de adem in. Gaan we winnen? Ik denk het wel en als we van Brazilie winnen, worden we wereldkampioen! Hups, heb ik dat ook maar gezegd. Nu hopen dat ik er morgen niet op terug hoef te komen.

Fijne nacht.

Liefs,

Timothea

zaterdag 23 januari 2010

Winterse taferelen

Wist iemand dat je jaarlijks je cv-ketel moet laten schoonmaken? I do now!

Vandaag kwam ik thuis en ik dacht te voelen dat het warmer was op de gang dan in mijn huis. Een beetje achterdochtig liep ik naar mijn thermostaat en ja hoor; 19 graden! Een beetje trots door de bevestiging van mijn constatering bij binnenkomst dook ik mijn washok in. Daar hing hij, een joekel van een cv-ketel met allemaal knipperende lampjes. Ik dacht: even resetten en klaar is kees! NOT. Ik drukte op de resetknop en ineens begon dat hele apparaat te rammelen, piepen, borrelen en trillen. Jaiks! Uit, uit, uit! Hij was uit. De rust keerde terug en nogmaals deed ik een poging om hem te resetten. Na de tweede serenade van de ketel besloot ik dat resetten niet de oplossing kon zijn. Damnit! Ik ben best technisch, maar een proestende cv-ketel was nieuw voor mij. Joooooooooooost! Deze naam riep ik niet zomaar. Joost is mijn buurman en waarschijnlijk een van de handigste mensen, na mijn vader, die ik ken. Joost was gelukkig bereid even te gaan kijken. Eenmaal boven stuurde ik hem meteen het dak op. Letterlijk. 'Misschien zit je afvoer verstopt met een vogelnest of iets anders!' was mijn vaders vermoeden en dat klonk absoluut als iets wat mij zou kunnen overkomen. Dus hup! daar ging de arme ziel gewapend met zaklamp het dak op. Al snel kwamen we erachter dat dat het ook niet was. Arghh.. nu begon ik me te irriteren. De volgende stap was het openschroeven van de ketel. Ook niks te zien, maar het apparaat bleef onophoudelijk rammelen en borrelen. Toen kwamen we tot de conclusie dat noch Joost, noch mijn vader (de 2 handigste mensen op aarde) dit konden repareren.
Dit was nog nooit gebeurd! Daar stond ik dan. Als een deelnemer aan weekend miljonairs. Al mijn hulplijnen verspild, mijn publiek bestond uit een kat - die zijn steentje bijdroeg door zich als een badmat over de wasmachine te draperen - en nog 1 vraag verwijderd van 1 miljoen euro. Toen moesten we knopen gaan doorhakken en snel.
In een luttele 20 seconden veranderde mijn huis in een callcentre. Het ene na het andere bedrijf werd gebeld om er vervolgens achter te komen dat niemand ons kon helpen. Waarom? Wij hadden nergens een servicecontract! Een contract? Ja! Een contract. Blijkbaar hoort die te worden afgesloten bij de installatie van je ketel. Bureaucratie op zijn plaatsie.
22 telefoonnummers en 22 sarcastische gesprekken later gaven we het op. Toen we, om het af te leren, ons voorbereidde op sarcastisch gesprek nummer 23 gebeurde er iets wonderbaarlijks. Iemand wilde ons helpen en wel vanavond nog. Het was ondertussen al 20.00 uur. De alleraardigste reparateur kwam langs en zag al meteen (but ofcourse) wat er mis was. Hij schroefte een laag verder open dan Joost en ik waren gekomen en daar achter vandaan kwam een winterwonderland van... kalk!
Wit, wit, wit. Overal! Het leek wel kerst daarbinnen! Het arme apparaat was na 4 jaar zo verstopt geraakt dat water terug liep in de ontbrandingskamer (!!) en ging koken (!!). Gelukkig, zo vertelde de reparateur, was er niets aan de hand en kon dit gemakkelijk verholpen worden met een goede onderhoudsbeurt. Vervolgens vertelde hij dat hij al jaren vasteklant is bij studentenhuizen. Ik was dus niet de enige die niet op de hoogte was van contracten voor je cv-ketel! It's all in the name.

Mede mogelijk gemaakt door:
Cor (mijn allerliefste vader)
Joost (the neighbourly neighbour)
Daniel (de reparateur)
AKC Loodgieters (voor al uw studentikoze cv-ketels)

Till next week!

Liefs,

Timothea